Volgermeerpolder Volgermeerpolder Volgermeerpolder Volgermeerpolder
information

Tauw

www.tauw.nl

Paul Stook
06 53 81 58 02
paul.stook@tauw.nl

Coen Riemslag
06 10 88 44 84
coen.riemslag@tauw.nl

Witteveen+Bos

www.witteveenbos.nl

Marten van der Wijk
06 20 94 30 33
m.vdwijk@witteveenbos.nl

Willem Hendriks
0570 69 79 30
w.hendriks@witteveenbos.nl

De Rhoonse Grienden is een natuurgebied dat bestaat uit een uiterwaardenbos, gelegen in een uniek, buitendijks zoetwatergetijdengebied. In dit gebied is vanaf de jaren zestig direct langs de buitenzijde van de rivierdijk zowel huishoudelijk als bedrijfsafval gestort, waaronder afval uit de petrochemische industrie. Aan het eind van de jaren zestig is deze stortplaats afgedekt met een laag puin en slib, en werd het gebied ingericht als natuur- en recreatiegebied. Tot op heden is deze inrichting onveranderd. In de nabijheid van de stortlocatie zal in de toekomst mogelijk een landschapspark worden ontwikkeld.

Onderzoek

ACV ging aan de slag met verschillende vraagstukken rondom de stortplaats:

  • Een actualisatieonderzoek van de verontreinigingssituatie van grond en grondwater in, onder en rond de stortplaats
  • Een onderzoek naar de mogelijke effecten die de stortplaats heeft op de naastgelegen Zegenpolder en Rhoonse Grienden
  • Het aandragen van mogelijke oplossingen voor deze effecten

Uit de resultaten bleek dat de stortplaats sterk verontreinigd is met aromaten, olieachtige stoffen, fenolen en cresolen. De verontreiniging blijkt zich in het grondwater te verspreiden naar de naastgelegen poldersloot.

Saneringsvisie

Op basis van het actualisatieonderzoek beoordeelde ACT vier mogelijke oplossingen: volledige ontgraving, het IBC-principe (isoleren/beheren/controleren) en twee natuurlijke saneringsmaatregelen. Na afweging van de varianten op technische haalbaarheid, veiligheid van de dijk, duurzaamheid, milieueffecten, risico’s en kosten ging de voorkeur uit naar een natuurlijke beheersing van de verspreiding naar de Zegenpolder door middel van het nemen van (inrichtings-)maatregelen. Medio 2010 wordt in overleg met de betrokken partijen nagegaan welke (inrichtings-)maatregelen het best haalbaar en betaalbaar zijn. Het uitgangspunt hierbij is: ‘hoe robuuster en vitaler het watersysteem, des te groter het zuiverend vermogen’.

Relatie met omgeving

Twee belangrijke aspecten in dit project waren, gezien de vele betrokken partijen en de geschiedenis, omgevingscommunicatie en omgevingsmanagement. Dit heeft ook te maken met de toekomstplannen voor de Rhoonse Grienden. Na de aanpak van de stortplaats spelen de ontwikkeling en planvorming van een landschapspark van 600 hectare een grote rol. De rol van ACV binnen het omgevingsmanagement heeft geleid tot het verkrijgen van draagvlak voor het verder uitwerken van de voorgestelde visie.